Jean-Luc Dehaene behoort tot de invloedrijkste Belgische politici van de late twintigste eeuw. Hij was eerste minister van 1992 tot 1999 en speelde een centrale rol bij de hervorming van België tot een federale staat. Ook het begrotingsbeleid waarmee België zich voorbereidde op deelname aan de euro is nauw met zijn naam verbonden.
Dehaene was geen politicus die vooral leefde van publieke optredens of scherpe oneliners. Zijn kracht lag in lange onderhandelingen, technische dossiers en het vinden van compromissen. Daardoor kreeg hij de bijnaam “de loodgieter”: iemand die politieke problemen probeerde te herstellen wanneer de leidingen vastzaten.
Kort profiel
| Gegeven | Bevestigde informatie |
|---|---|
| Naam | Jean-Luc Dehaene |
| Geboren | 7 augustus 1940 in Montpellier, Frankrijk |
| Overleden | 15 mei 2014 |
| Leeftijd bij overlijden | 73 jaar |
| Nationaliteit | Belgisch |
| Politieke partij | CVP, later CD&V |
| Bekend als | Eerste minister van België van 1992 tot 1999 |
| Andere functies | Minister, vicepremier, burgemeester van Vilvoorde en Europees Parlementslid |
| Partner | Celie Verbeke |
| Kinderen | Vier |
De geboorte- en overlijdensdata, zijn partij en zijn periode als regeringsleider worden bevestigd door de FOD Kanselarij van de Eerste Minister. Zijn Europese en eerdere politieke functies staan ook vermeld in officiële parlementaire profielen.
Van rechtenstudent tot ervaren onderhandelaar
Jean-Luc Dehaene werd geboren in Montpellier en volgde rechtenstudies in Namen en Leuven. Zijn politieke loopbaan was sterk verbonden met de christendemocratische beweging en het toenmalige Algemeen Christelijk Werknemersverbond, beter bekend als het ACW. Vanaf de jaren zeventig kreeg hij steeds meer verantwoordelijkheid binnen de CVP.
In 1981 werd hij minister van Sociale Zaken en Institutionele Hervormingen. Zeven jaar later werd hij vicepremier en minister van Verkeerswezen en Institutionele Hervormingen. Vooral dat laatste beleidsdomein maakte hem tot een sleutelfiguur in de ingewikkelde gesprekken over de verdeling van bevoegdheden tussen de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten.
Zijn stijl was zakelijk en soms bijzonder gesloten tegenover de pers. Hij wilde meestal niet reageren op hypothetische situaties en gebruikte geregeld de boodschap dat problemen moesten worden opgelost wanneer ze zich werkelijk voordeden. Die houding kon afstandelijk overkomen, maar paste bij zijn voorkeur voor concrete onderhandelingen boven publieke verklaringen.
Jean-Luc Dehaene als eerste minister
In maart 1992 werd Jean-Luc Dehaene eerste minister. Hij leidde twee federale regeringen, samengesteld uit christendemocratische en socialistische partijen. Zijn premierschap duurde tot juli 1999, waarmee hij zeven jaar aan het hoofd van de Belgische regering stond.
De politieke en economische situatie was moeilijk. België had een hoge staatsschuld en moest zijn begrotingstekort verminderen om aan de Europese voorwaarden voor de toekomstige eenheidsmunt te voldoen. De regering-Dehaene voerde daarom een streng saneringsbeleid. Het Globaal Plan van 1993 bevatte maatregelen rond werkgelegenheid, concurrentiekracht, sociale zekerheid en overheidsfinanciën.
Het beleid leidde tot maatschappelijke weerstand en stakingen. Toch slaagde België erin om deel te nemen aan de eerste groep landen die de euro invoerden. Dat resultaat wordt, naast de staatshervorming, algemeen beschouwd als een van Dehaenes belangrijkste politieke verwezenlijkingen.
De hervorming van België tot een federale staat
Dehaene wordt vaak de architect van het federale België genoemd. Tijdens zijn eerste regering werd het Sint-Michielsakkoord uitgevoerd. In 1993 werd in de Grondwet uitdrukkelijk vastgelegd dat België een federale staat is, samengesteld uit gemeenschappen en gewesten.
Die verandering was het resultaat van een lang proces, maar Dehaene speelde een bepalende rol bij het sluiten van de noodzakelijke compromissen. Hij kende de institutionele verhoudingen bijzonder goed en wist wanneer partijen ruimte konden geven zonder hun belangrijkste standpunten volledig op te geven.
Zijn aanpak was pragmatisch. Hij presenteerde zichzelf niet als de grote ideologische leider van de hervorming, maar als de onderhandelaar die een werkbare overeenkomst moest vinden. Juist daardoor kon hij oplossingen bereiken in dossiers die lange tijd geblokkeerd waren gebleven.
Nationale crisissen en het einde van zijn premierschap
De tweede regering-Dehaene kreeg te maken met zware crisissen. De zaak-Dutroux en de daaropvolgende Witte Mars veroorzaakten grote maatschappelijke onrust en maakten duidelijk dat politie en justitie ernstig moesten worden hervormd. Het vertrouwen van veel burgers in de overheid kwam onder druk te staan.
Kort voor de verkiezingen van juni 1999 brak bovendien de dioxinecrisis uit. Giftige stoffen bleken via dierenvoeder in de voedselketen terechtgekomen te zijn. De communicatie en aanpak van de crisis werden fel bekritiseerd. Bij de verkiezingen leed de CVP een zware nederlaag en belandde de partij na tientallen jaren regeringsdeelname in de oppositie.
Guy Verhofstadt volgde Dehaene op als eerste minister. Daarmee eindigde zijn rol als regeringsleider, maar niet zijn publieke loopbaan.
Vilvoorde, Europa en Dexia
Na zijn premierschap werd Dehaene burgemeester van Vilvoorde. Hij bekleedde die functie van 2001 tot 2007. In de stad werd hij onder meer betrokken bij stadsvernieuwing, economische ontwikkeling en de reconversie van voormalige industrieterreinen.
Vanaf 2004 zetelde hij in het Europees Parlement. Hij werkte er vooral rond begrotingszaken en economische dossiers. Eerder was hij vicevoorzitter geweest van de Europese Conventie, die voorstellen uitwerkte voor een grondwettelijk verdrag en voor hervormingen van de Europese instellingen.
In oktober 2008 werd Dehaene voorzitter van de raad van bestuur van Dexia, nadat de bank tijdens de financiële crisis in ernstige moeilijkheden was gekomen. Hij bleef voorzitter tot 2012. Zijn rol bij de bank leverde kritiek op, vooral toen Dexia opnieuw moest worden gered en grondig werd afgebouwd.
Familie, gezondheid en overlijden
Jean-Luc Dehaene was gehuwd met Celie Verbeke. Het echtpaar had vier kinderen. Zijn gezin was geregeld aanwezig bij publieke of politieke gelegenheden, maar uitgebreide persoonlijke informatie over het privéleven van de familie werd niet openbaar gemaakt.
Begin 2014 werd bekend dat Dehaene was geopereerd aan een kwaadaardige tumor aan de pancreas. Hij kreeg daarna een preventieve behandeling. Op 15 mei 2014 werd hij tijdens een verblijf in Bretagne onwel. Hij werd naar een ziekenhuis in Quimper overgebracht, maar overleed die dag op 73-jarige leeftijd.
De exacte medische doodsoorzaak werd niet publiek en eenduidig bevestigd. Het is daarom niet zorgvuldig om zonder voorbehoud te stellen dat hij rechtstreeks aan pancreaskanker overleed. VRT NWS meldde wel dat de ziekte eerder dat jaar bij hem was vastgesteld.
Een blijvende plaats in de Belgische politiek
Jean-Luc Dehaene wordt vooral herinnerd als een gedisciplineerde onderhandelaar die politieke blokkeringen kon doorbreken. Onder zijn leiding werd België formeel een federale staat en voldeed het land aan de voorwaarden om toe te treden tot de eurozone.
Zijn regeringen namen moeilijke en soms omstreden beslissingen. Ook zijn latere bestuursmandaten bleven niet zonder kritiek. Toch bestaat er brede erkenning voor zijn institutionele kennis, zijn Europese engagement en zijn vermogen om ingewikkelde compromissen om te zetten in uitvoerbaar beleid. Dat maakt Jean-Luc Dehaene tot een centrale figuur in de moderne Belgische politieke geschiedenis.
Lees meer: François Desquesnes: van jurist tot vicepresident van de Waalse regering
